Home

In memoriam: John Ponsioen (82) overleden

Voorzitter ijshockeybond in roerige tijden voor de sport

John Ponsioen in 2012

John Ponsioen in 2012 — © Facebook

10 mei 2026 16:00

Door Joep Meijsen

Voormalig voorzitter John Ponsioen van IJshockey Nederland is eind april op 82-jarige leeftijd overleden. Een terugblik op het leven van een man die als bestuurder het Nederlandse ijshockey leidde in zware tijden. 

John Ponsioen was in de jaren tachtig en negentig een bekende naam in het Nederlandse ijshockey. Eerst als voorzitter in Nijmegen. Daarna met een lange loopbaan als bestuurder bij de bond. Daarbij was hij halverwege de jaren negentig voorzitter van wat toen nog de Nederlandse IJshockeybond (NIJB) was, het tegenwoordige IJshockey Nederland. Voor zijn inspanningen werd Ponsioen benoemd tot erelid van de ijshockeybond.

Als bestuurslid en voorzitter werkte Ponsioen nauw samen met Rob van Rijswijk, toen bondsdirecteur. Hij herinnert zich een charismatische, intelligente man. ‘John Ponsioen kon heel goed met mensen omgaan. Hij was een beetje sjiek in zijn manier van spreken en optreden en in mijn ogen een goede voorzitter. Vooral ook omdat hij de gave had om zaken glad te strijken en de emotie uit de lucht te halen. Ik mocht hem graag, een aimabel mens’, aldus Van Rijswijk.

En er viel veel glad te strijken voor Ponsioen. De jaren negentig kenmerkten zich in het Nederlandse ijshockey door veel grote problemen. Van Rijswijk: ‘Bijvoorbeeld voetbalsupporters die naar het ijshockey kwamen om met elkaar te vechten. Dat was echt schering en inslag. We hebben daarvoor een reglement rond risicowedstrijden moeten opstellen, iets wat daarvoor nooit nodig was.' 

Negatieve publiciteit

Ponsioen ergerde zich ook aan het beleid van veel van de clubs. Die namen in de begroting vaak onverantwoorde risico’s, wat leidde tot veel faillissementen en problemen met de competitie. Het zorgde allemaal voor veel negatieve publiciteit, wat de problemen verder versterkte. ‘Wie wil er nu geld steken in een sport die zichzelf voortdurend in diskrediet brengt?’, verzuchte Ponsioen in zijn rol als vice-voorzitter van de ijshockeybond 1993 in een kranteninterview.

Tegelijkertijd liepen ook veel wedstrijden op het ijs uit de hand en bevond de relatie tussen de clubs en de bond zich op een dieptepunt. ‘Het bondje pesten is een geliefde bezigheid. Er zijn bestuurders die het presteren wekelijks een berg faxen in het bondskantoor te deponeren. (…) Er zijn mensen die zo klieren dat ze erin slagen het bondsbureau volledig te ontregelen.’ 

Het leidde uiteindelijk tot het rapport ‘Eredivisie ijshockey in de verlenging’, waarin alle problemen op een rijtje werden gezet. Het leidde uiteindelijk halverwege de jaren negentig tot de zogenoemde nul-start van het Nederlandse ijshockey, waarbij het voorlopig afgelopen was met het betalen van salarissen. Daarmee kwam een einde aan de in de jaren jaren zeventig begonnen groei van het Nederlandse ijshockey, waarin de sport lange tijd veel landelijke uitstraling had. Met de deelname van Oranje aan de Olympische Spelen van 1980 en de verkiezing van het Nederlands team tot Sportploeg van het Jaar als hoogtepunten.

Als voorzitter van Nijmegen in de jaren tachtig had Ponsioen die ontwikkeling met volle tribunes en kampioenschappen zelf meegemaakt. Eind jaren tachtig droeg hij in Nijmegen de voorzittershamer over aan Ton Leysen en maakte de overstap naar de bond. ‘Hij heeft me in contact gebracht met het ijshockey’, zegt Leysen daar nu over. ‘We kenden elkaar uit de buurt en hij vroeg me; voorzitter. Is dat niks voor jou?'

Europa Cup

Voordat hij het zelf goed en wel door had, was Leysen de nieuwe voorzitter. ’Nijmegen speelde tegen Flyers en ik zat op een verjaardag. Dat was het kampioenschap van Spitman Nijmegen. Ik ben toen snel naar de hal gegaan, waar ik werd geïntroduceerd. Zo ben ik in het ijshockeywereldje terechtgekomen.'

Leysen: 'Als kampioen mocht ik direct met toenmalig bondsvoorzitter Frans van Erp naar Wenen waar bepaald werd wie de Europa Cup mocht organiseren. Dat wij dat mochten doen was een hele eer voor Nijmegen.’ Nijmegen eindigde uiteindelijk in eigen hal tweede in de voorronde, achter Kosice, de kampioen van wat toen nog Tsjechoslowakije was, maar voor de kampioenen van Roemenië en Noorwegen. 

John Ponsioen werd uiteindelijk in 1994 gekozen tot voorzitter van de ijshockeybond. Hij volgde in die functie Frans van Erp op. Hij vervulde die functie tot eind 1995. ‘Ik heb een jaar gefunctioneerd als eindverantwoordelijke. De problematiek heeft mij zo aangegrepen, dat ik niet gemotiveerd meer was om als hoogste verantwoordelijke verder te gaan’, zei Ponsioen hierover toen tegen AD. Wel bleef hij nog jaren lid van het bestuur en van verschillende commissies. Zo was hij jarenlang voorzitter van de sectie topijshockey.

In het dagelijkse leven was Ponsioen met succes actief in de wereld van kantoormeubilair en -inrichting. De huidige voorzitter van IJshockey Nederland, Danny Micola, heeft ook goede herinneringen aan Ponsioen. ‘Ik heb hem als voorzitter van Heerenveen Flyers meegemaakt als onderzoeker voor de toenmalige Eredivisie. Hij had van toenmalig voorzitter Joop Vullers de opdracht gekregen om te kijken hoe ze een betere eredivisie konden opzetten.'

Aimabel mens

Het waren volgens Micola openhartige gesprekken. ‘Mijn insteek was altijd open, zodat andere clubs konden profiteren van de kennis en leren van de fouten. Ik herinner me Ponsioen als een aimabel mens die wilde dat het in zijn algemeenheid goed ging met het ijshockey.'

De afgelopen jaren stond Ponsioen meer op afstand van de sport. Wel bleef hij maatschappelijk actief. Zo kende de gemeente Nijmegen hem in 2009 de Zilveren Waalbrugspeld toe. Een gemeentelijke onderscheiding voor inwoners met bijzondere verdienste voor de stad. Ponsioen ontving die vanwege zijn inzet voor onder meer veiligheid, leefbaarheid en maatschappelijk belang.

John Ponsioen is op 24 april op 82-jarige leeftijd overleden in Spanje. De uitvaart heeft intussen in besloten kring plaatsgevonden. IJshockey Nederland heeft met groot verdriet kennisgenomen van zijn overlijden. De sport verliest een oud-voorzitter die zich met hart en ziel heeft ingezet voor de sport. De bond wenst zijn familie, vrienden en bekenden veel sterkte met de verwerking van dit verlies.